McKenzie therapie
De McKenzie-methode is een mechanisch diagnose- en therapiemodel en wordt ook wel MDT (Mechanical Diagnosis and Treatment) genoemd, en is speciaal ontwikkeld voor rug- en nekklachten door de Nieuw-Zeelandse fysiotherapeut Robin Mckenzie. 80 % van de rug- en nekklachten zijn aspecifiek, daarmee wordt bedoeld dat er geen directe oorzaak kan worden gevonden. Daarom richt het diagnose en behandelmodel zich vooral op de symptomen van de patiënt. Er wordt eerst bepaald welke mechanische factoren van invloed zijn op het klachtenpatroon. Welke beweging of houding doet de klachten toe- of afnemen? Welk effect heeft bijvoorbeeld zitten, bukken, liggen of slenteren op de klachten. En wat gebeurt er met de rug- of nekklachten als je een beweging, zoals buigen, strekken of draaien eenmalig of herhaald uitvoert. Aan de hand van deze informatie wordt vastgesteld welke specifieke (huiswerk-)oefeningen en adviezen aan de patiënt gegeven worden. Deze aanpak is dus maatwerk.
Doel van de therapie is om de patiënt onafhankelijk te maken van therapie en therapeut en de kans op herhaling te verkleinen. Zelfredzaamheid van de patiënt staat hierbij centraal; de fysiotherapeut heeft vooral een rol als coach. De McKenzietherapie is dus grotendeels “hands-off”. Dit betekent dat de therapeut pas gebruik maakt van specifieke technieken, wanneer de patiënt zelfstandig geen vooruitgang meer boekt.
De McKenziemethode is een wetenschappelijk onderbouwde en doelgerichte behandeling en kan uitkomst bieden bij:
- (sub-)acute lage rugklachten, zoals “spit” of “uit het lood staan”
- (sub-)acute nekklachten
- intermitterende of continue pijn, tintelingen, een doof gevoel of verminderde kracht van arm of been
- chronische klachten (= langer dan 6 weken bestaand) van lage rug, borst of nek.
- hoofdpijnklachten
Meer informatie vindt u op: www.mckenzie.nl